In deze Keur en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan
onder:
a. bergingsgebied: een krachtens de Wet ruimtelijke ordening voor waterstaatkundige
doeleinden bestemd gebied, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel
daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer
watersystemen en ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen;
b. beschermingszone: aan een waterstaatswerk grenzende zone, die als zodanig in de
legger is opgenomen, waarin ter bescherming van dat waterstaatswerk
voorschriften krachtens deze Keur van toepassing zijn;
c. bestuur: het dagelijks bestuur van waterschap Regge en Dinkel;
d. buitenbeschermingszone: buiten de beschermingszones gelegen gronden aan
weerszijden van de beschermingszones, die als zodanig in de legger zijn
aangegeven, waarin ter bescherming van dat waterstaatswerk voorschriften
krachtens deze Keur van toepassing zijn;
e. coupure: een doorsnijding van een waterkering, die bij hoog water afgedicht kan
worden;
f. grondwater: water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt met de daarin
aanwezige stoffen, voor zover het waterschap door of krachtens de Wet met het
beheer over dat grondwater is belast;
g. grondsanering: activiteit van het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken
van verontreinigingen en direct gevolgen daarvan, of van dreigende
verontreiniging van de grond;
h. grondwatersanering: activiteit voor het beperken en zoveel mogelijk ongedaan
maken van verontreinigingen en directe gevolgen daarvan of van dreigende
verontreinigingen van het grondwater;
i. infiltreren van water: water in de bodem brengen ter aanvulling van het
grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater;
j. kernzone: de centrale gedeelten van de waterstaatswerken, die als zodanig in de
legger zijn aangegeven;
k. legger: als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet of in artikel 78, tweede lid, van de
Waterschapswet;
l. meanderzone: aan een waterstaatswerk grenzende zone, die als zodanig op de
legger is opgenomen, waarbinnen oppervlaktewaterlichamen, die op de legger
staan, door natuurlijke verplaatsing en/of beekherstel hun bedding kunnen
verleggen;
m. noodvoorziening; al dan niet reeds bestaande inrichting die onverwijld moet worden
ingezet ter bestrijding van calamiteiten;
n. onttrekken: onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van
grondwater door middel van een ontrekkingsinrichting;
o. oppervlaktewaterlichaam: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak
voorkomend water met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende
bodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de Wet, drogere
oevergebieden, alsmede flora en fauna;
p. pompcapaciteit: het door de fabrikant opgegeven maximum wateropbrengend
vermogen van de pomp in m3 per uur;
q. profiel van vrije ruimte: de ruimte ter weerszijden van en boven een primaire of
regionale waterkering die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor
toekomstige verbeteringen aan de waterkering;
r. waterkering: kunstmatige hoogte, (gedeelten van) natuurlijke hoogten of hoge
gronden met ondersteunende kunstwerken die een waterkerende of mede een
waterkerende functie hebben;
s. watersysteem: samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen
met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende
kunstwerken;
t. waterstaatswerk: oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of
ondersteunend kunstwerk, dat als zodanig in de legger is aangegeven, tenzij dat
werk is vrijgesteld van de opneming in de legger als bedoeld in artikel 5.1 van de
Wet, dan wel dat als zodanig op de in artikel 5.2 bedoelde kaart is aangegeven;
u. watervergunning: vergunning als bedoeld in de Wet;
v. werken: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies met
toebehoren;
w. Wet: Waterwet.
[Toelichting: In deze Keur is er voor gekozen in de lijst met begripsomschrijvingen de meest
essentiële begrippen voor de regionale waterbeheerder en voor de in het beheergebied
gevestigde burgers en bedrijven een plaats te geven. Daarmee wordt beoogd van de
Keur een zelfstandig leesbaar document te maken, zij het dat de lijst niet uitputtend is.
Voor het in alle opzichten goed kunnen doorzien wat de nieuwe waterbeheerwetgeving
voor alle partijen betekent, ontkomt men er niet helemaal aan ook de Waterwet zelf en
haar Memorie van Toelichting (MvT), de Invoeringswet Waterwet en haar MvT, het
Waterbesluit en de provinciale Waterverordening en aanpalende wet- en regelgeving er
op na te slaan.
De volgende begrippen zijn opgenomen:
a. Bergingsgebied: dit begrip is overgenomen uit de Waterwet, waarbij de relatie
met de Wet ruimtelijke ordening is gelegd.
b. Beschermingszone: dit begrip is deels overgenomen uit de Waterwet, met de
toevoeging dat die zone in de legger is vermeld en dat het betreffende
waterstaatswerk wordt beschermd door voorschriften krachtens deze Keur. In
deze omschrijving wordt de relatie gelegd tussen de legger met de ligging, vorm,
afmetingen en constructie van dat waterstaatswerk en de Keur met haar
instrumentarium om die waterstaatswerken daadwerkelijk te beschermen tegen
ingrepen van derden.
c. Bestuur: het bevoegde bestuursorgaan voor het nemen van besluiten krachtens
deze Keur is het Dagelijks Bestuur van het waterschap.
d. Buitenbeschermingszone: dit begrip werd ook gebruikt in de Keur waterschap
Regge en Dinkel 1997. het betreft een zone langs een waterstaatswerk waar
minder beperkingen gelden dan in een beschermingszone.
e. Coupure: doorsnijding van een waterkering.
f. Grondwater:de omschrijving van dit begrip is uit de Waterwet overgenomen, met
de toevoeging dat het in deze Keur om een onderdeel van het grondwater gaat.
Het gaat om dat grondwater voor zover het waterschap door of krachtens de
Waterwet belast is met het beheer van dat onderdeel van het grondwater. De
Waterwet gaat uit van het toekennen aan waterschappen van het passieve,
kwantitatieve beheer van grondwater, voor zover het betreft de regulering van
het onttrekken van water aan grondwater voor industriële toepassingen met een
hoeveelheid van niet meer dan 150.000 m3 per jaar, dan wel voor zover het niet
gaat om onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening of voor
bodemenergiesystemen.
g. Grondsanering: de omschrijving van dit begrip is uit de Verordening voor de
Fysieke leefomgeving Overijssel overgenomen.
h. Grondwatersanering: de omschrijving van dit begrip is uit de Waterwet
overgenomen, met de toevoeging dat het in deze Keur om een onderdeel van het
grondwater gaat. Het gaat om dat grondwater voor zover het waterschap door of
krachtens de Waterwet belast is met het beheer van dat onderdeel van het
grondwater. De Waterwet gaat uit van het toekennen aan waterschappen van het
passieve, kwantitatieve beheer van het grondwater, voor zover het betreft de
regulering van het onttrekken van water aan grondwater voor industriële
toepassingen met een hoeveelheid van niet meer dan 150.000 m3.
i. Infiltreren: deze definitie is overgenomen uit artikel 6.1 van de Wet.
j. Kernzone: dit begrip werd ook gebruikt in de Keur waterschap Regge en Dinkel
1997. Het is een aanduiding voor waterlichaam en waterkering, zoals die
voorkomen in een waterstaatswerk, waar het waterdoel de hoofdfunctie vormt
van het landgebruik. De kernzone wordt als zodanig op de legger vermeld, hierop
zijn voorschriften uit deze Keur van toepassing.
k. Legger: dit begrip is voor de waterbeheerder van groot belang. In het algemene
deel wordt nader ingegaan op de Keur en de leggerplicht.
l. Meanderzone: dit begrip is nieuw in deze Keur en komt voort uit de Kaderrichtlijn
Water. Hiermee worden de zones aangegeven waar ruimte is voor natuurlijke
processen van het oppervlaktewaterlichaam.
m. Noodvoorziening: de definitie maakt duidelijk dat een noodvoorziening niet altijd
een provisorische voorziening, uit nood geboren, behoeft te zijn. Een bestaande
onttrekkingsinrichting die in geval van een calamiteit wordt ingezet is eveneens te
kwalificeren als een noodvoorziening.
n. Onttrekken: dit begrip is deels overgenomen uit de Waterwet en gaat in op zowel
het onttrekken van grondwater als ook op het onttrekken van water aan het
oppervlaktewaterlichaam. In artikel 1, derde lid van de Grondwaterwet is/was
opgenomen dat ontwaterings- en afwateringsactiviteiten zijn uitgezonderd van het
onttrekkingsbegrip. Dat geldt ook voor het hier opgenomen begrip ‘onttrekken
van grondwater’. In hoofdstuk 3 van deze Keur is een uitgekristalliseerd
instrumentarium opgenomen voor de regulering van het onttrekken van
grondwater en onttrekkingen aan oppervlaktewaterlichamen.
o. Oppervlaktewaterlichaam: dit begrip is overgenomen uit de Waterwet. Het betreft
oppervlaktewater met de daarin aanwezige stoffen, de waterbodem de oevers en
flora en fauna. Het gaat verder dan de op grond van de Kaderrichtlijn Water door
de waterbeheerders als oppervlaktewaterlichamen bestempelde wateren. Deze
ruime omschrijving gaat ook verder dan de omschrijving van het begrip
‘oppervlaktewater’, zoals dat door de jurisprudentie in de jaren ’80 en ’90 is
gevormd.
Het gaat hierbij om oppervlaktewater, zoals de sloot, de wetering, de beek, de
rivier, het meer; kortom het gaat om de bak waarin het water zit.
Het begrip ‘oppervlaktewaterlichaam’ komt in de plaats van de in het verleden
veel gehanteerde begrippen ‘watergangen of waterlopen’. Het begrip is
opgenomen omdat de regionale waterbeheerder zijn beheertaken uitvoert in en
om oppervlaktewater. Het begrip oppervlaktewaterlichaam is onderdeel van het
meer omvattende begrip waterstaatswerk, welk begrip op zijn beurt weer deel
uitmaakt van het brede begrip watersysteem. Watersysteem is het meest
omvattende van alle in de Waterwet en hier gebruikte begrippen. Het is hét object
van beheer in de Waterwet. Voor de waterbeheerder en voor derden is het
essentieel dat een ieder weet waarover het gaat en vooral wat de reikwijdte is van
gebods en verbodsbepalingen in relatie tot bepaalde beheerobjecten. De
begrippen moeten onderscheiden worden, omdat het beheer gericht kan zijn op
onderdelen van het watersysteem. Scheiden is niet mogelijk, want we voeren het
waterbeheer integraal uit. Uitoefening van de beheertaak waterkeringen mag in
principe niet ten koste gaan van bijvoorbeeld het aquatische ecosysteem van
oppervlaktewateren in de nabijheid. Op zijn minst zal de beheerder dan moeten
proberen achteruitgang te compenseren. Het gaat immers om het behalen van de
doelstellingen, zoals die in Hoofdstuk 2, paragraaf 1, van de Waterwet in
algemene termen zijn omschreven. Paragraaf 2 en 3 van dat hoofdstuk leggen
normen voor de onderscheiden beheerobjecten vast om daarmee die
doelstellingen nader te concretiseren.
p. Pompcapaciteit: de omschrijving van dit begrip is uit de Verordening voor de
Fysieke Leefomgeving Overijssel overgenomen.
q. Profiel van vrije ruimte: dit begrip is gevormd door jurisprudentie en opgenomen
in de provinciale Waterverordening. Het profiel is noodzakelijk om in de toekomst
nodige gronden te vrijwaren van onomkeerbare ingrepen.
r. Waterkering: deze begripsomschrijving komt in de Waterwet niet voor. De
omschrijving is nodig om aan te geven wanneer het waterschap een object als
waterkering aanduidt. Hij beheert niet alleen de primaire, maar ook de regionale
en overige waterkeringen. Het begrip dekt alle hiervoor genoemde soorten
keringen.
s. Watersysteem: dit begrip is overgenomen uit de Waterwet.
t. Waterstaatswerk: overgenomen uit de Waterwet, met toegevoegd dat het werk
als zodanig in de legger is aangegeven, tenzij dat van de leggerplicht is vrijgesteld
of op een keurkaart als bedoeld in artikel 5.2 staat aangegeven.
u. Watervergunning: het gaat om de vergunning die de Waterwet introduceert voor
bepaalde handelingen in het watersysteem en die de Keur voor het beheergebied
van het waterschap concretiseert. We spreken dus niet langer van een
keurontheffing of -vergunning, maar van een watervergunning.
v. Werken: dit begrip komt niet voor in de Waterwet. Het is nodig om te definiëren,
omdat het realiseren van dergelijke werken in watersystemen afbreuk kan doen
aan de functies die aan die watersystemen, of onderdelen daarvan, zijn
toegekend. De regionale waterbeheerder kan daartoe zijn Keurinstrumentarium
inzetten om dergelijke ingrepen van derden te voorkómen door de handeling te
erbieden, dan wel de realisatie van voorschriften te voorzien via een
watervergunning.
w. Wet: dit is de Waterwet, waarop het keurinstrumentarium inhoudelijk is gestoeld,
naast de provinciale Waterverordening.]